Zes Twentse gemeenten en de Veiligheidsregio Twente, informeren omwonenden over de risico’s van het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen met de campagne ‘Maar wat als?’.
Deze handreiking richt zich primair op schrijvers van ruimtelijke plannen en biedt hulp bij het maken van herleidbare en transparante ruimtelijke afwegingen over de doorwerking van aandachtsgebieden in het omgevingsplan.
Deze module heeft betrekking op reserveringen voor nieuwe buisleidingstroken (reserveringsstroken – voormalige ‘SVB-stroken’, Structuur Visie Buisleiding-stroken).
Voor het afwegen van maatregelen in aandachtsgebieden van Chemelot zijn de effecten van ongevallen met gevaarlijke stoffen nader geanalyseerd. Hierbij is onder andere rekening gehouden met de risicoreducerende factoren in en nabij Chemelot.
De gemeente Eindhoven wil het huidige stationsgebied te herontwikkelen. Dit plan voorziet in de oprichting van drie torens, met diverse functies waaronder wonen, hotel en kantoor. Voor dit plan dient het groepsrisico van de spoorlijn verantwoord te worden.
In dit rapport wordt een indicatie gegeven van de uitwerking van maatregelen die de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor beperken. Hierbij werd specifiek gekeken naar het District-E plangebied in Eindhoven.
In de gemeente Waddinxveen is een omgevinsvergunning ingediend voor het vestigen van een peuterspeelzaal en BSO nabij een hogedruk aardgastransportleiding. In deze memo wordt de ruimtelijke motivatie t.a.v. van het aspect externe veiligheid behandeld.
De gemeente Bodegraven-Reeuwijk en SPCO Groene Hart willen weten hoe er voldoende bescherming geboden kan worden aan de gebruikers van de nieuwe basisschool met kinderopvang.